Voedingsstoffen 3 van 6: Eiwitten

In deze zesdelige blog ga ik het hebben over de zes typen voedingsstoffen: Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitaminen, mineralen en water.

Eiwitten zijn genoemd naar de witachtige vloeistof rond de eidooier, omdat het wit van eieren vooral bestaat uit proteïnen. Dat zijn een zeer uitgebreide groep van door levende organismen gevormden organische stikstofverbindingen. De meest complexe, hoogmoleculaire verbindingen die bestaan.

Eiwitten vormen de bouwstoffen van ons lichaam die nodig zijn voor de groei, het onderhoud en het herstel van alle weefsels.

Een teveel aan eiwitten in onze voeding kan niet als lichaamsreserve worden opgeslagen. Bij de afbraak van eiwitoverschot in het menselijk lichaam ontstaat ureum onder vrijmaking van energie. Eiwitten spelen daarom ook een rol als supplementaire energiebron. Als we meer eiwitten nuttigen dan voor de stofwisseling nodig is, wordt het overschot omgezet tot onder andere ureum, koolstofdioxide en water. Een te eiwitrijke voeding kan een ophoping van ureum en van urinezuur, met mogelijk nierfalen tot gevolg hebben.

De ADH van eiwit bedraagt voor een volwassenen ongeveer 1 gram per kilogram lichaamsgewicht. Bij voorkeur dient deze hoeveelheid uit 50% plantaardig en 50% dierlijk eiwit te bestaan. Des te jonger, des te hoger de eiwitbehoefte per kilogram lichaamsgewicht. Voor 12-jarigen ongeveer 2 gram, voor 4-jarigen ca 3 per kg

Dierlijke eiwitten hebben doorgaans een hogere biologische waarde dan plantaardige. Uitzonderingen daarop zijn plantaardige eiwitten van sojabonen en het dierlijk eiwit gelatine.

De biologische waarde van voedingseiwitten is de verhouding van de hoeveelheid gevormde lichaamseiwitten tot de hoeveelheid opgenomen, verteerbare voedingseiwitten. Des te minder voedingseiwit nodig is om een bepaalde hoeveelheid lichaamseigen eiwit op te bouwen, des te hoger de biologische waarde van het voedingseiwit.

Eiwitten en Biologische waarde

Dierlijke eiwittenBiologische waardePlantaardige eiwittenBiologische waarde
Ei0.97Soja0.73
Vlees0.82Aardappel0.68
Vis0.79Rijst0.67
Melk0.77Tarwe0.49
Kaas0.75Maïs0.36

Het essentiële aminozuur dat het minst in een eiwit voorkomt noemt men het limiterende aminozuur. Eiwitten van graangewassen hebben over het algemeen weinig lysine, maar dergelijke tekorten kunnen op complementaire wijze opgelost worden. Bijvoorbeeld brood met weinig lysine kan belegd worden met kaas, waar wel veel lysine inzit. Zo ook met rijst en vis, of maisvlokken en melk.
Naast dierlijke of plantaardige eiwitten, kunnen ze ook onderverdeeld worden in volwaardige eiwitten of onvolwaardige eiwitten.

Met onvolwaardige eiwitten worden eiwitten bedoeld waarin één of meer essentiële aminozuren ontbreken. Met een dieet van een onvolwaardig eiwit is geen groei en leven mogelijk, maar met een combinatie van die eiwitten wel.

Een volwaardig eiwit is een eiwit, waarin wel alle essentiële aminozuren voorkomen. Essentiele aminozuren zijn, net zoals bij de essentiële vetten, de aminozuren die ons lichaam niet zelf kan maken maar wel noodzakelijk zijn. Essentiele aminozuren moeten door plantaardige en/of dierlijke eiwitten geleverd worden. Niet essentiële aminozuren zijn aminozuren die in het lichaam uit andere aminozuren gemaakt kunnen worden.

Er zijn ongeveer 9 essentiële aminozuren en als er één ontbreekt kunnen tijdens de stofwisseling bepaalde eiwitten niet worden opgebouwd. Het is noodzakelijk dat we iedere dag eiwitten in onze voeding opnemen.

Groene planten kunnen alle nodige aminozuren zelf synthetiseren. Het lichaam van een volwassen mens kan negen aminozuren niet, of te traag aanmaken.

Essentiële aminozuren

  • Valine
  • Leucine
  • Isoleucine
  • Fenylalanine
  • Tryptofaan
  • Methionine
  • Threonine
  • Lysine
  • Histidine

De stofwisseling van eiwitten

Vertering van eiwitten gebeurt door peptidasen, eiwitsplitsende enzymen.

In de maag begint het met maagsapklieren die onder andere pepsine vormen. Dit zet de eiwitten met water om in peptonen, een mengsel van poly- en dipeptiden. Vervolgens zorgt de alvleesklier in de twaalfvingerige darm voor verdere vertering met trypsine uit het pancreas sap. Trypsine vervolgt de afbraak van eiwitten tot peptonen.

In de slijmvliezen van de dunnen darm liggen kliercellen waar ook eiwitsplitsende enzymen gemaakt worden. Erepsine maakt de afbraak van de eiwitten af die begon met pepsine en trypsine. Erepsine valt de uiteinden van de ketenvormige peptonenmoleculen aan waarbij die worden afgebroken tot kleine dipeptide-eenheden die slechts twee aminozuren bevatten.

Uiteindelijk worden de dipeptiden met behulp van het enzym dipeptidase afgebroken tot vrije aminozuren. Deze passeren door de wand van de dunnen darm en lossen goed op in water en worden gemakkelijk in de bloedstroom opgenomen.

Uit de vrijgekomen aminozuren worden in al onze lichaamscellen vele tienduizenden soorten lichaamseigen eiwitten gemaakt.

CONCLUSIE: Eiwitten zijn noodzakelijk voor leven. Bloed, huid, haar, nagels, onderhoud en opbouw. Essentiele aminozuren kunnen we niet missen uit onze voeding. Door eiwitten complementair te eten krijgen we alle nodige aminozuren binnen. Een teveel aan eiwitten kan nierfalen tot gevolg hebben. Eet elke dag eiwitten en probeer de helft plantaardig en de helft dierlijk te eten.

Share:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on pinterest
Pinterest
Share on linkedin
LinkedIn

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *