Voedingsstoffen 2 van 6: Vetten

In deze zesdelige blog ga ik het hebben over de zes typen voedingsstoffen: Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitaminen, mineralen en water.

Vetten zijn van belang als energieleveranciers. Bij de verbranding van één gram vet komt 38kj 9kcal vrij. Hoewel de verbrandingswaarde van vetten meer dan het dubbele bedraagt dan de verbrandingswaarde van glucose, is glucose de betere energieleverancier. Bij de verbranding van één gram vet is 2.0l zuurstofgas nodig, maar bij één gram glucose slechts 0,75l.

Er zijn verschillende manieren om vetten te onderscheiden, je hebt plantaardige en dierlijke vetten, zoals kokosvet of reuzel. Je hebt zichtbaar en onzichtbare vetten, zoals het randje vet aan een stuk vlees of de vetten in een gebakje. Maar ook verzadigde vetten en onverzadigde vetten. Het heet vet als het bij kamertemperatuur in vaste vorm is, maar wanneer het bij kamertemperatuur in vloeibare vorm is heet het olie. Vaste vetten zijn veelal uit dierlijke bron zoals boter, rundvet en varkensvet. Oliën zijn doorgaans uit plantaardige bronnen. Dierlijke oliën zijn bijvoorbeeld boterolie, levertraan, visolie, walvistraan en krillolie.

Veel voorkomende plantaardige oliën

  • Veel voorkomende plantaardige oliën
  • Sojaolie uit sojabonen
  • Arachideolie uit pinda’s
  • Zonnebloemolie uit zonnebloemen
  • Katoenolie uit katoenzaad
  • Kokosnootolie uit het gedroogd vruchtvlees (kopra)
  • Palmolie uit de palmvruchten van de oliepalm
  • Lijnzaadolie uit de zaden van de vlasplant
  • Koolzaadolie uit de zaden van koolzaad
  • Olijfolie uit olijven
  • Sesamolie uit zaden van de sesamplant
  • Maisolie uit granen van mais

Vetten zijn vooral reservestoffen, zowel in planten als in dierlijke weefsels en in het menselijk lichaam. Ze beschermen het lichaam en organen. Sommige vetten zijn leveranciers van essentiële vetzuren die noodzakelijk zijn voor het in standhouden van stofwisselingsprocessen. In ons lichaam kunnen ze niet gemaakt worden en daarom moeten we de essentiële vetzuren via het voedsel opnemen. Linolzuur en linoleenzuur zijn essentiële vetzuren.

Linolzuur en linoleenzuur zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. Ze zijn essentieel omdat ze niet of in onvoldoende mate door het menselijk lichaam aangemaakt kunnen worden. Dat komt doordat wij de enzymen die nodig zijn voor de synthese van deze twee vetzuren ontbreken. Vroeger werden deze zuren als vitamine F bestempeld, nu worden ze dikwijls afgekort tot EFA (Essential Fatty Acids). Ze komen onder andere voor in noten en in lijnzaadolie. Deze vetzuren verminderen de kans op hart- en vaatziekten. Bij een tekort er aan ontstaan huidaandoeningen zoals eczeem bij kinderen.

Uit deze EFA kan het lichaam twee groepen langere en meer onverzadigde vetzuren synthetiseren: de omega 3 en omega 6 vetzuren. De twee belangrijkste omega 3 vetzuren zijn EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur). Vanuit linoleenzuur kan ons lichaam EPA en DHA aanmaken maar dat gaat moeizaam, omdat de omega 6 vetzuren hetzelfde enzym voor zich opeist. De belangrijkste omega 6 vetzuren zijn GLA (gamma-linoleenzuur, DGLA (dihomo-gammalinoleenzuur en AA (arachidonzuur)

Vetten zijn ook structuurelementen in celmembranen en in de membranen die de celorganellen begrenzen. Doordat bepaalde vitaminen (A, D, E en K) enkel in vetten of oliën oplosbaar zijn, wordt hun biologische belang nog verhoogd. Omega 3 vetzuren, die van nature vooral in vette vis voorkomen verlagen de bloedruk. Dat hangt samen met verwijding van de vaten door het activeren van de zogenoemde ion kanalen. Omega 6 vetzuren komen veelvuldig voor in plantaardige oliën zoals zonnebloemolie, maisolie, sojaolie, druivenpitolie en in producten waarin deze oliën verwerkt zijn zoals margarines en mayonaise. En ook in granen en in noten. Door het veelvuldig voorkomen in de natuur hebben we er geen tekort aan.

Deze meervoudige onverzadigde vetzuren hebben een gunstig effect op de totale cholesterol. Zij verlagen de LDL en verhogen de HDL. Een andere naam voor eetbare vetten is lipiden.

  • Eenvoudige lipiden (mono-, di- en triglyceriden)
  • Samengestelde lipiden (fosfolipiden en glycolipiden)
  • Steroïden (cholesterol en sommige hormonen)

Waar eenvoudige lipiden bestaan uit glycerol en vetzuren, zijn samengestelde lipiden ook nog opgebouwd uit andere bestanddelen zoals fosfolipiden of glycolipiden. Zij spelen een belangrijke rol als emulgatoren. Lecithine is een fosfolipide, dat vooral uit sojaolie en eidooier gehaald wordt. Glycolipiden komen voor in bladgroenkorrels, die in bladgroenten zoals spinazie rijkelijk aanwezig zijn. Lipoproteïnen bestaan uit een mantel van fosfolipiden en eiwitten (apolipoproteine), die een inhoud van triglyceriden en cholesterol afschermt. De eiwitten gungeren ook als receptor of als co-enzym. De buitenkant is hydrofiel, terwijl de binnenkant hydrofobe lipiden bevat. Op deze manier kunnen slecht oplosbare vetten zoals tryglyceriden of cholesterol toch getransporteerd worden in de bloedbaan.

Er wordt gesproken van Lage-dichtheid lipoproteïnen (LDL) en van Hoge dichtheid lipoproteïnen (HDL). Een te hoge concentratie LDL is schadelijk omdat ze het afzetten van cholesterol in de bloedvaten bevordert. HDL ruimt een teveel aan cholesterol op.

CONCLUSIE:

Het is belangrijk om vetten binnen te krijgen, vooral essentiele vetten. Een teveel aan vetten zorgt voor overgewicht en alle problemen die daarbij horen. Een tekort aan vetten zorgt ook voor problemen. Een teveel van de verkeerde vetten (LDL) zorgt ook voor problemen. Dus wees niet bang voor vetten, gebruik ze spaarzaam en kies voor de betere vetten. Houd bij een wens om af te vallen in de gaten dat de energieinname niet te hoog wordt door de vetten.

Share:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on pinterest
Pinterest
Share on linkedin
LinkedIn

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *